Waar het uiteindelijk allemaal om gaat in Mr. Nobody



In this life

events which have never

taken place can increasingly

result in a disastrous

absence of consequences



Conclusie

Waar het uiteindelijk allemaal om gaat is dat er maar weinig teksten zijn waarvoor geen inleiding te schrijven is, zoals in dit geval de filmanalyse over de film Mr. Nobody (Jaco van Dormael, 2009) van de Belgische cineast Jaco van Dormael. Immers, er moet altijd wel een begin en/of een einde in een tekst zijn. Er is altijd wel iets te vinden waar het uiteindelijk allemaal om gaat. De film zelf heeft natuurlijk ook een begin en een einde. Zo is er de screentime van 138 minuten en is er een eerste en een laatste shot. En het gaat uiteindelijk ook ergens over, maar het is zo allesomvattend dat het ook over een enkele atoom gaat (die de bamboe laat buigen). Als God een film was zou dat Mr. Nobody zijn: Een allesomvattende atoom.


Uiteraard is dit niet de conclusie maar het geeft wel een korte indruk van de manier waarin de kijker  in de film geraakt. Chaotisch, halverwege en met een a-synchrone vertelstijl. Er wordt in de film  ingenieus  gebruik gemaakt van alle mogelijke vormelementen die je maar kunt bedenken (kleur, special effects, artdirection, vormen, cameratechnieken, etc) en een ingewikkelde montage die de verscheidenheid aan parallelle dimensies vorm geeft. Daarnaast komt er een ongelooflijk aanbod van verschillende filosofische en wiskundige theorieën en ideologieën in voor die deze vertelling en vertelstructuur ondersteunen.

De film laat zich niet zomaar vangen, en de ‘conclusie’ van de film (het speelt zich allemaal in het hoofd van het jongetje dat op het punt staat een onmogelijke keuze te maken) lijkt te eenduidig om het bombardement voorafgaand aan deze conclusie te verhelderen. Keuze is een sleutelwoord in dit essay. De hoofdpersoon, Nemo, verzint allerlei parallelle toekomstscenario’s waarin zijn leven elke keer op een andere manier eindigt. Iedere keuze blijkt bovendien te kunnen worden beïnvloed door  minuscule gebeurtenissen zoals het vallen van een druppel regen op een klein papiertje.  Naast deze toekomstvisies ervaren we ook nog een dimensie die niet uit het specifieke keuzemoment voorkomt.  In één dimensie schrijft Nemo (als 16-jarige èn als 34-jarige)  een verhaal over hemzelf als reiziger naar Mars om daar de as van zijn overleden vrouw uit te strooien.

In dit essay beargumenteer ik dat de plot een dichotomie in de hand werkt en daarin zichzelf tegenwerkt. Deze conclusie zal zich in de loop van dit essay, net als de film, langzaam ontvouwen zodat duidelijk wordt waar het uiteindelijk allemaal over gaat.



Synopsis

2092. De 118 jaar oude Nemo (Jared Leto) is de oudste, nog sterfelijke persoon op aarde en leeft in een wereld waarin er geen ouderdom meer bestaat. Iedereen blijft eeuwig jong. Met behulp van een psychiater gaat Nemo terug in de tijd om zo het verloop van zijn leven te achterhalen. De herinneringen die hij ophaalt verhalen van voordat hij geboren wordt tot de belangrijkste gebeurtenis in zijn leven: de scheiding van zijn ouders. Vanaf dat specifieke moment ontspinnen zich verschillende alternatieve realiteiten die elk betrekking hebben op de keuze tussen zijn vader en zijn moeder. Binnen iedere keuze ontwikkelt zich een alternatieve realiteit waarin Anna, Elise of Jean zijn toekomstige partner wordt. De verschillende levens beginnen steeds meer door elkaar te lopen totdat de 34-jarige Nemo zijn 118-jarige ik ontmoet die hem vertelt dat al zijn levens, alle mogelijke keuzes zich afspelen in het hoofd van zijn 8-jarige ik die niet kan kiezen tussen zijn vader of zijn moeder. De 8-jarige Nemo kiest uiteindelijk (letterlijk en figuurlijk) voor de gulden middenweg. Hij kiest voor zichzelf.



Thematische analyse

De film maakt gebruik van een heleboel, vaak met elkaar verwoven, thema’s. De thema’s die het meest aan de oppervlakte liggen worden behandeld door Nemo in de presentaties die hij geeft voor een bluescreen. Hierin legt hij op een didactische manier het thema tijd uit, en haalt daarbij kort de daaraan gelieerde thema’s tijdreizen, kwantummechanica en snaartheorie aan. De presentaties verhelderen de verdere verweving van het thema tijd in de film. Er zijn tal van scènes waarin er gespeeld wordt met tijd. Dit kan zijn in beeldversnellingen of juist vertragingen of een mix hiertussen. Maar ook door letterlijk een klok of raderwerk in beeld te brengen. Het nummer Mister Sandman, waarvan in deze film versies zijn gebruikt van Emmylou Harris en The Chordettes om het tijdsverloop van de 8-jarige naar de 16-jarige Nemo te illustreren in één shot, laten het thema tijd (de zandloper van Mr. Sandman) en de snaartheorie (de verschillende dimensies blijken uiteindelijk te interpreteren te zijn als dromen/fantasieën (‘Mr. Sandman, bring me a dream’)) zelfs in geluid terugkomen.

De meest in het oog springende thematiek die naar voren komt in de scène-analyse is keuze waarin het subthema snaartheorie ook weer naar voren komt. De belangrijkste scène van de film, waarin Nemo moet kiezen om bij zijn vader te blijven of met zijn moeder mee te vertrekken in de trein, is het begin van een onnoemelijk aantal keuzegevolgen die uitgewerkt zijn in de verschillende alternatieve dimensies die worden gepresenteerd. Een duidelijk stijlkenmerk waarvan gebruik is gemaakt zijn de primaire kleuren die zijn toegepast op Anna (rood), Elise (blauw) of Jean (geel). In de verschillende dimensies eindigt zijn leven bij een van deze vrouwen. Het thema keuze wordt verder verdiept door de subthema’s lot en toeval. Dit laatste wordt bijvoorbeeld onderzocht in de scène waarin Nemo een munt maakt met aan één zijde het woord yes gekerfd, en aan de andere zijde het woord no. Van het toeval laat hij dus keuzes afhangen.

Een terugkerend motief is water. Dit is gekoppeld aan de dood/negativiteit. Nemo verdrinkt bijna in het zwembad (in zijn leven met Jean), rijdt te water en verdrinkt (in dat met Anna), wordt doodgeschoten in bad (in zijn leven met Elise). Bovendien laat een druppel water een belangrijk telefoonnummer vervagen.

Een vierde hoofdthema is familie en de daarbij behorende relaties tussen ouders en kind. De ontstaansgeschiedenis van de familie wordt uitgebreid uit de doeken gedaan en het perfecte gezinnetje wordt gespiegeld aan ‘gebroken’ situaties zoals een gescheiden gezin, een gezin met pleegouders en een éénoudergezin waarin het kind zorgt voor de ouder. Ook hierin zit het thema tijd sterk verweven doordat mensen ouder worden en daardoor gezinssituaties veranderen. Ouderdom en vergankelijkheid worden hier ook aangestipt. Dit wordt duidelijk uitgewerkt in de scène waarin de dood, en daarmee ouderdom, niet meer bestaat.

Een laatste, zeer belangrijk thema, dat dreigt te worden ondergesneeuwd door het zeer aanwezige thema tijd, is liefde. De alternatieve dimensies die worden getoond, gaan stuk voor stuk over de uitkomst van een relatie en de verhoudingen in deze relatie.



Karakterisering

Deze Europese arthouse film met een duidelijk fabulerend en fictief karakter laat zijn ware gezicht moeilijk zien. De gekozen vertelwijze maakt de karakterisering tot een lastige taak. Daarom is het zaak, nu de belangrijkste thema’s uiteengezet zijn, om hier enige nuance in te brengen. De bovengenoemde thema’s zijn slechts een deel van de thema’s die worden aangesproken, maar dit zijn wel de meest belangrijke. Tezamen passen ze allemaal in het thema leven. Hiermee duid ik op de grote levensvraag ‘waarom leef ik?’. Het thema tijd laat in deze film in principe alleen maar zien dat we verantwoordelijk zijn voor onze acties/keuzes. De keuzes zijn nu eenmaal definitief; de rook gaat niet meer terug in de sigaret; de pap kan niet meer los van de siroop geroerd worden. Behalve als de toekomst een fantasie in je hoofd is en je dus nog geen keuze hebt gemaakt.

De aanname dat alles wordt verteld vanuit het perspectief van de 118 jaar oude Nemo blijkt een verkeerde inschatting te zijn geweest. We kijken niet naar voornamelijk flashbacks, we kijken juist naar flashforwards, en dit zijn ook nog allemaal fantasieën. De hele snaartheorie kan in principe overboord; alhoewel er wel verschillende dimensies naast elkaar gezet worden, bestaan ze niet naast elkaar, maar zijn het slechts toekomstscenario’s in het hoofd van een 8-jarig jongetje. Het belangrijkste aan het thema tijd dat overblijft, is dat een keuze definitief is. Wat is er dan zo belangrijk aan deze keuze? Hier komt het aloude thema liefde naar voren. Waar het uiteindelijk allemaal om gaat is dat we gelukkig (lees: in liefde) oud willen worden, een belangrijke constatering die een antwoord geeft op de grote levensvraag ‘waarom leef ik?’ die door alle aspecten van de film wordt gesteld.

De ‘grote levensvraag’ wordt verder uitgediept door zowel religie als wetenschap erbij te betrekken. Aan de ene kant zijn er engelen die de mensen naar de aarde sturen, en aan de andere kant is het universum één groot wetenschappelijk vehikel dat staat als een natuurkundig huis, gebouwd door Einstein en Darwin. De vraag van de interviewer aan de 118 jaar oude Nemo of er leven is na de dood wordt dan ook lachend weggehoond. Er is geen antwoord want er zijn altijd twee kanten van de medaille. Doordat de dood zo nadrukkelijk aanwezig is in de film, en door verschillende dimensies te tonen, gaat het automatisch over leven, en wat dan ‘goed leven’ is. Voor Nemo is dit het liefdevolle leven met Anna (tegenover de tot mislukking gedoemde relatie met de deprimerende Elise en de materiële relatie met Jean).


De expressieve vorm en de grootse thema’s lijken de belangrijkste levensvragen te willen beantwoorden en gebruiken daarbij veel opposities; leven (liefde) en dood, geloof en wetenschap en toeval en lot. De film probeert een antwoord te geven op het nut van het bestaan en werkt daarbij, door middel van een verscheidenheid aan alternatieve dimensies, verschillende mogelijkheden uit. Mede doordat de hoofdpersoon niet kan kiezen (hij kiest voor geen van zijn ouders) blijft het in het midden waar het de film nou om te doen is. De film plaatst Nemo in een kader waarin hij zijn leven in handen legt van het toeval waarop het kleinste atoom invloed heeft, maar  tegelijkertijd plaatst dit kader het lot van Nemo in het oneindige universum, en dat met de grootst mogelijke gebaren. Deze dichotomie werkt de film tegen; de film probeert Alles te omvatten maar omvat uiteindelijk niets. Het zit slechts allemaal in het hoofd van het jongetje.

Wanneer we alle bovenbeschreven poespas buiten beschouwing laten is de boodschap heel simpel. Een jongetje wordt verliefd op een meisje en wil gelukkig oud worden. Waar het uiteindelijk allemaal om gaat, is liefde. Maar dat zien we niet. Niet alleen eist de vormgeving veel te veel aandacht op, ook zijn de karakters veel te flat door de ingewikkelde vertelstructuur. Ze zitten vast in hun eigen ‘kleur’. Zo is Elise bijvoorbeeld alleen maar depressief en is Anna vanaf het begin de soulmate van Nemo zonder dat er frictie tussen hen ontstaat. Jean leren we bijna helemaal niet kennen. Nemo blijft ondertussen maar achter de feiten aanrennen, ondanks dat er veel met hem gebeurt. Ook in dit voorbeeld komt een dichotomie, waar de film patent op lijkt te hebben, sterk naar voren; het lijkt alsof Nemo vol in het leven staat, maar hij blijft maar aan de zijlijn staan. Hij kan immers geen keuze maken.



Inleiding

Er zullen ongetwijfeld een hoop levensbeschouwingen, theorieën en ideologieën zijn die de zojuist aangenomen karakterisering in deze pretentieuze film goed weten te vatten. De film draagt er zelf ook een paar aan zoals the butterfly effect dat weer onderdeel is van de chaostheorie. Maar juist door dit allegaartje aan ideeën verblijft zowel Nemo, als de kijker, alsook de film in een crisis:


De midlifecrisis is een psychologisch begrip, dat weergeeft dat mensen in de periode tussen de 35 en 50 jaar geconfronteerd kunnen raken met zingevingsvraagstukken en daardoor uit balans kunnen worden gebracht.


De hoofdpersoon Nemo is bang of hij op een gegeven moment terugkijkt op zijn leven en zich afvraagt of hij wel de juiste keuzes heeft gemaakt. Waar hij voor kiest is onduidelijk en voor de film eigenlijk irrelevant; kiest hij voor liefde of kiest hij voor veiligheid? De film geeft in ieder geval geen antwoord op wat leven nou precies, of minder precies, is. Sterker nog, in de film wordt helemaal niet geleefd; er is geen lot, geen toeval, geen keuze. Paradoxaal genoeg worden er wel een heleboel (ideologische) keuzes geopperd. Hierin werkt de film zichzelf tegen: er worden teveel dichotomieën geïntroduceerd, maar er wordt steeds geen keuze gemaakt, zodat de film eigenlijk nergens over gaat. Of juist over alles. Dit maakt dat iedere interpretatie zo pretentieloos mogelijk gebracht moet worden, wil er nog betekenis in zitten.


De 118-jarige Nemo geeft zelf het meest zinnige antwoord op ‘de grote levensvraag’. Waar het uiteindelijk allemaal om gaat wordt duidelijk in het volgende dialoog:


Interviewer: ‘Hoe was het leven voor quasi-onsterfelijkheid?’

(...)

Nemo: ‘We neukten!’

10other.html